![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| blog durban |
|
Blog Durban
7. Foto's 6. vrijdag 9 december 2011 De COP loopt op zijn einde. En wat er ook nog uit de bus komt, het zal niet om een concrete verbintenis gaan die juridisch bindend is en waarbij alle partijen betrokken zijn. Idealiter krijgen we een stappenplan om tot een dergelijke overeenkomst te komen over een aantal jaren – 2015 zou een goede datum zijn. Het is zelfs mogelijk dat er een stappenplan komt om … tot een stappenplan te komen. Een volledige mislukking van de onderhandelingen is hoe dan ook niet waarschijnlijk. Maar wat heet mislukking, en wanneer is iets een succes te noemen? Ik heb mijn bedenkingen bij het moeilijke proces van wat men “mondiale governance” noemt. De techniek bestaat er vaak in om de problemen die zich stellen, op te splitsen in kleine onderdelen, en ze zo los van elkaar te behandelen. Die salamitechniek is soms nodig om vooruit te raken. Maar soms vergeten we daarbij dat het risico dat de hele mensheid loopt, juist een geïntegreerde benadering vergt, gericht op een omvattend kader dat de particuliere belangen overstijgt. Zo is de Verenigde Naties als instelling ontstaan, uit de as van de Tweede Wereldoorlog, vanuit het besef van de verschillende lidstaten dat samenwerking nodig was om conflicten te beslechten en niet tot een nieuwe oorlog te laten uitdijen. Vandaag werken diplomaten hier in Durban tijdens de klimaatonderhandelingen complexe structuren uit om tot resultaten te komen: sommigen zullen het “beschaafd en creatief oplossingen zoeken” noemen, anderen spreken over een koehandel, maar het blijft al te vaak morrelen in de marge met kleine compromissen. Terwijl er één groot compromis nodig is tussen twee partijen: de mens met al zijn activiteiten en de planeet aarde met zijn klimaat en ecosysteem. 5. donderdag 8 december 2011 De COP, het is een complex geheel van kleine en grote onderhandelingen, een institutionele doolhof soms, maar tegelijk ook een kader voor diverse evenementen en presentaties … Tijdens deze “side events” worden wetenschappelijke studies voorgesteld, scenario’s en politieke programma’s in verband met het klimaat. Het blijft inspirerend te horen hoe men in andere regio’s en landen met deze uitdaging omgaat, en hoe men elders vooruitgang denkt te kunnen boeken in de strijd tegen de klimaatveranderingen. Duitsland heeft volgens de minister duidelijke doelstellingen vastgelegd zodat er geen onzekerheid is voor investeerders en producenten: tegen 2022 is het afgelopen met nucleaire productie, het energieverbruik dient te dalen met 20 % tegen 2020 en 50 % tegen 2050, het aandeel van hernieuwbare energie dient toe te nemen tot 18% in 2020, 30% in 2030, 45% in 2040 en 60% in 2050, en de daling van broeikasgasemissies ten opzichte van 1990 dient 40% te bedragen in 2020, 55% in 2030, 70% in 2040 en tussen 80 en 95% in 2050. Meer informatie over deze Duitse strategie, die volgens de minister zowel industriële als sociale ontwikkelingskansen biedt voor zijn land, vindt u hier. Ook regionale en lokale niveaus zijn hier zeer actief, en stellen de initiatieven voor om de burgers mee te krijgen in een duurzame transitie (zie bijvoorbeeld het netwerk nrg4sd, Network of Regional Governments for Sustainable Development, waarvan Vlaanderen en Wallonië deel uitmaken: http://www.nrg4sd.org/welcome). Wallonië heft hier trouwens zijn « Fast Start Wallonie-Afrique » programma voorgesteld, om te tonen dat internationale verbintenissen ook vertaald kunnen worden in acties op regionaal niveau. En omgekeerd kan een dergelijke lokale dynamiek misschien nieuwe impulsen geven wanneer internationale onderhandelingen in het slop dreigen te raken … 4. woensdag 7 december 2011 De eerste verbintenisperiode van het Kyoto-protocol loopt op 31 december 2012 ten einde, maar het protocol zelf blijft van kracht. Dit brengt een juridische onzekerheid met zich, wat ook de uitkomst van Durban wordt. Het zal er op aan komen snel meer duidelijkheid te creëren – we kunnen ons niet langer permitteren om nog eens acht jaar te laten voorbijgaan tussen de ondertekening en het van kracht worden van een akkoord (de uitvoering van het Kyoto-protocol startte in 2005, maar het akkoord dateert van 1997). Eén van de mogelijkheden is een “voorlopige uitvoering” (“provisional application”) van een hernieuwd akkoord op te starten in de landen die daartoe bereid zijn, als tijdelijke oplossing om de voorbije en de nieuwe verbintenisperiode te overbruggen. Wat het Groen klimaatfonds betreft, lijkt er ondertussen vooruitgang geboekt op het vlak van het beheer ervan. Maar over de financiering bestaan nog grote meningsverschillen. Wellicht wordt dit een luik van het finale onderhandelingsproces … Er is hier ook kritiek te horen op de CDM-benadering (clean development mechanism). Het gaat hier om één van de hoekstenen van het Kyoto-protocol, die het geïndustrialiseerde landen mogelijk maakt aan een deel van hun uitstootverplichtingen te voldoen door projecten voor broeikasgasreductie in ontwikkelingslanden te financieren (zie http://cdm.unfccc.int/). Hoewel dergelijke projecten aan een aantal criteria moeten voldoen, kan men zich vragen stellen bij bijvoorbeeld de financiering van elektriciteitscentrales op steenkool. Zo blijkt volgens de NGO CDM-Watch een dergelijke centrale in Madhya Pradesh (India) ook nefaste invloeden te hebben voor de lokale gemeenschappen, zie . Het gaat hier dus eens te meer om de coherentie tussen klimaat- en energiebeleid. Volgens het Internationaal Energie Agentschap bedroegen de subsidies voor het verbruik van fossiele brandstoffen in 2010 nog steeds 409 miljard dollar op wereldvlak, een stijging met 110 miljard tegenover het jaar voordien (http://www.iea.org/weo/subsidies.asp). Ter herinnering, voor het Groen klimaatfonds is de wereld op zoek naar 100 miljard dollar … tegen 2020. 3. dinsdag 6 december 2011 Vandaag is het een speciale dag, Sinterklaas heeft aan alle leden van de delegatie gedacht en vanuit België is zelfs het bericht gekomen dat er een nieuwe regering is. De samenstelling ervan en de bevoegdheden zijn uiteraard hét onderwerp van de gesprekken.
En daarnaast wordt alles in stelling gebracht voor de finale onderhandelingen die het einde van de COP (wellicht) zullen kenmerken. Binnenkort weten we of de EU-strategie om zijn engagement voor verdere broeikasgasreductie te koppelen aan een stappenplan voor een globaal bindend akkoord, iets opgeleverd heeft. Het hoofd van de Chinese delegatie, Xie Zhenhua, toonde zich alvast bereid om bindende doelstellingen te aanvaarden na 2020, op voorwaarde dat de geïndustrialiseerde landen meedoen en het beginsel van de gedeelde maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid gerespecteerd wordt. Vreemd genoeg heeft India het daar moeilijk mee, en tijdens een side event over gelijkheid, georganiseerd door de Indiase regering en het “Centre for Science and Environment” (http://www.cseindia.org/), benadrukte dit land nogmaals hoe verschillend zijn situatie is dan die van China. Er is een grote vraag naar technologie om de ontwikkelingsnood op een koolstofarme manier in te kunnen vullen, en ook het probleem van intellectuele eigendom werd hierbij beklemtoond. Een ander interessant side event was dat van de Britse Met Office (http://www.metoffice.gov.uk/climate-change/policy-relevant/obs-projections-impacts). Hier ging het over de mogelijke impact van klimaatveranderingen voor een aantal landen tegen 2100. Hun model toont een eenduidige opwarming sinds 1960. Hun prognoses, die gebaseerd zijn op de analyses van het IPCC, gaan uit van een gemiddelde mondiale opwarming met 4 graden tegen 2100. Maar de impact zal niet dezelfde zijn in verschillende landen, zoals het jongste IPCC-rapport reeds beschreef ( http://ipcc-wg2.gov/SREX). Zo dreigt Rusland een zware rekening te moeten betalen wat extreme weersomstandigheden betreft. Soms krijgen landen ook met contrasterende effecten te maken. China zal bijvoorbeeld zijn rendement in de landbouw zien stijgen in een eerste fase, maar tegelijk zal de kwetsbaarheid van zijn kustgebieden gevoelig toenemen, en daar zijn juist de belangrijke economische en industriële centra gevestigd. 2. dinsdag 6 december 2011 Maandag, en de COP gaat zijn tweede week in, wellicht aan een ander tempo. Traditiegetrouw verliep de eerste week wat traag en was het niet duidelijk in welke richting een en ander zou evolueren. Deze morgen was er een coördinatievergadering met de ministers Henri en Huytebrouck, in een zaaltje dat te klein was voor alle aanwezigen. De ministers beklemtoonden de kwaliteit van het werk dat de delegatie reeds geleverd heeft. Idealiter zou de COP tot een stappenplan leiden waarbij in 2015 doelstellingen vastgelegd worden (uitvoerbaar vanaf 2020) voor de verschillende betrokkenen, zoals door de Europese Unie voorgesteld wordt. Op die manier verdwijnt de rechtsonzekerheid die ontstaat na 2012, meer bepaald waar het gaat om de flexibiliteitsmechanismen. China zou volgens de laatste berichten bereid zijn mee te stappen in deze logica. Van de Verenigde Staten daarentegen verwacht men niet al te veel in Durban … Er is evenmin vooruitgang geboekt in het tweede grote dossier dat hier op tafel ligt, de financiering van het groene klimaatfonds dat in Kopenhagen gelanceerd werd en 100 miljard dollar zou moeten bevatten vanaf 2020. In deze periode van begrotingsonevenwichten en soberheidsbeleid is financiering een heikel punt, zoveel is duidelijk.1. maandag 5 december 2011 De top van Kopenhagen had het orgelpunt moeten vormen van twintig jaar klimaatonderhandelen. De impact van de mislukking ervan zindert nog na. Zo is er geen enkele zekerheid dat het Kyoto-protocol een opvolger krijgt. Beleidsmakers lijken nog steeds niet geneigd om eerder uit te gaan van de kansen die een ambitieus mondiaal klimaatbeleid biedt, dan van het verdedigen van hun kortetermijnbelangen. In Durban staat heel wat op het spel. Het gaat uiteraard om wat er na 2012 van het Kyotoprotocol zal worden. De beslissing hierover zal duidelijk maken hoe het met het onderhandelingsproces gesteld is. Japan, Rusland en Canada willen alvast geen nieuwe verbintenissen in de lijn van Kyoto wanneer de twee grootste broeikasgasproducenten, China en de VS, niet meespelen. De Europese Unie pleit voor een bindend raamwerk en trekt naar Durban met een stappenplan waarin de grote economieën geleidelijk – tegen 2015 of ten laatste 2020 – betrokken worden in de broeikasgasreductie. China, ondertussen ‘s werelds grootste emittent van CO2, heeft echter al sceptisch gereageerd op deze voorstellen. Een ander belangrijk hoofdstuk in Durban is de concretisering van wat tijdens de top van vorig jaar, in Cancun, overeengekomen is. Zo is er het groenfonds voor het klimaat, dat bestemd is voor ontwikkelingslanden en tegen 2020 jaarlijks 100 miljard dollar zou moeten opleveren. Hoe zal dit fonds gefinancierd worden? Een nog dringender thema in dit verband betreft het verderzetten na 2012 van de “fast start”-projecten, een initiatief dat in Kopenhagen gelanceerd werd.
Deze blog geeft enkel de mening weer van de auteur en wordt gepubliceerd onder verantwoordelijkheid van het secretariaat van de FRDO.
|
|||||||||||
IN DE KIJKER 28 februari |
|||||||||||
|
|||||||||||
|
|||||||||||
NIEUWSBRIEF |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
| LINKS | |||||||||||
|
| Site supported by the Belgian Federal Science Policy Office | Site last updated 10.05.2012 |